Blog
Brief aan Heerd Jan [8]
Beste Heerd Jan,vrijdag 10 feb jl waren jij en ik, en ook George Becht en Janny Flierjans, vanuit deze regio in Den Haag voor de D66 fractie-interactie. De interactie had wel een onsje beter gekund. Wat me vooral opviel is hoe we allemaal vanuit bestaande systemen proberen er het beste van te maken. Terwijl die systemen toch echt hun beste tijd gehad hebben.
Een voorbeeld. "Woningbouwcorporaties kunnen geen ‘sociaal’ huurhuis meer neerzetten zonder een kleine 40.000€ verlies te maken", werd ons vanuit de Tweede Kamer verteld. Mijn persoonlijke reactie: Ik zou er niet eens aan beginnen.
Lees overigens de KEI-website waar deze opvatting bestreden wordt.
Maar waardoor komt dat? Door gebrek aan doorstroming? Dat lijkt me een vreemde opvatting want voor de opbrengst van een sociale woning maakt het niet uit door WIE die gehuurd wordt ALS die maar gehuurd wordt. En daar lijkt een wachtlijst voor te zijn.
Te weinig huur dan? Tja, als je inkomen laag is, en je komt in aanmerking voor sociale huur, dan is navenant het deel van je inkomen dat je aan huur kunt besteden ook laag. De doelgroep voor sociale woningbouw kan eenvoudigweg niet meer ophoesten. De opbrengsten van een huurwoning zijn dus niet te verhogen.
Een te hoge grondprijs? Daar lijkt de discussie in Woerden over te gaan. Maar op de levensduur van een woning zoals wij die gewend zijn in Nederland neer te zetten is de grondprijs maar een uiterst beperkte prijsvormende factor, zeker als het om appartementen gaat (meerdere bouwlagen). En woningbouwcorporaties krijgen vaak al een voordeel ten opzichte van de rest van de markt.
Zou het aan de woningbouwcorporaties zelf liggen? Hebben die wel een efficiënte organisatie? Of zitten daar allerlei verborgen kosten die ook gedekt moeten worden uit de huuropbrengst? Zoals bij Vestia? Daar zal zeker een factor zitten die een rol speelt, maar verdeeld over al die duizenden huizen ook geen allesbepalende of doorslaggevende.
Als ik naar de discussie luister en ik hoor ‘we kunnen voor 130.000€ een starterswoning bouwen’, dan klinkt dat als een gunst. Maar het is ook een gegeven, of een systeembeperking. Wij zijn namelijk gewend huizen te bouwen voor zo’n 100 jaar, waarvan 50 jaar is ingecalculeerd voor afschrijving en huuropbrengst. Maar niemand spreekt dat uit. Een huis gaat dus langer mee dan een (gemiddeld) mensenleven. Zo’n huis is een permanente ‘aantasting’ van de omgeving waarin deze gebouwd wordt en vraagt daarom in de heersende opvatting om een dure stedebouwkundige benadering (het planmatige, bijna wetenschappelijke, ontwerpen van de ruimtelijke ordening).
En nu hebben we te maken met ‘krimp’, met een onverwacht sterke verstedelijking (verlating van het platteland), met verzakkende bodem (zeker in Woerden), met een bevolking die vraagt om meer groen, om nog maar te zwijgen van een stijgende zeespiegel. Allemaal niet voorzien in die stedebouwkundige aanpak.
Ik kan in een blog niet alles behandelen, maar een probleem bij krimp is dat mensen die er wonen en er weg willen, met dure hypotheken en waardeloze huizen zitten. ‘Hun probleem’ wordt er al snel gezegd, maar wel een probleem ontstaan vanuit een systeem dat we met zijn allen in stand hebben gehouden, zonder zicht op deze toekomst. Beetje wrang om dat nu op individuen te verhalen.
Oké, binnen de beperkingen van een blog naar een (suggestie voor een) oplossing! Geen kant en klare oplossingen maar denken vanuit geheel andere systeem variabelen:
Als we nu eens beginnen te bouwen voor 25 tot maximaal 30 jaar?
Als we leningen, huur, eigendom zo opzetten dat dat huis inderdaad na die termijn GEEN waarde meer heeft, voor niemand?
Als we vastleggen dat na deze termijn het huis SOWIESO gesloopt gaat worden? Zodat de grond daarna weer maagdelijk (lees: Groen) is en voor elk doel opnieuw ingezet kan worden? Dus ook Natuur.
Als die grond dus uitsluitend in erfpacht gebruikt wordt?
Als we mensen de ruimte geven hun eigen huis ook zelf te bouwen en te beheren? Dit is dus iets anders dan Particulier Opdrachtgeverschap waarin je nog steeds met dure architecten, makelaars, aannemers en welstand te maken krijgt!
Als een woningcorporatie de financiering voor starters verzorgt waarna de financiering terugbetaald wordt in de vorm van ‘huur’ (geen eigendomsverkrijging, geen waarde opbouw)?
Is de (dure) stedebouwkundige opgave dan niet afwezig? Wat niet werkt verdwijnt toch op afzienbare termijn en van de illusie dat je kunt voorspellen hoe een stadsdeel (Bijlmer?) uitpakt heb je dan ook geen last meer.
Is de discussie over rode en groene contouren dan niet veel eenvoudiger? Want de bebouwde omgeving is niet ‘voor eeuwig’ maar dynamisch geworden. We zullen echt gaan zien dat in krimp omgevingen dan ‘groen voor rood’ terugkomt, zonder dat dat de overheid wederom de hoofdprijs kost (want naast de sloop nu, moest de gemeente 50 jaar geleden die dure woningen financieren). Denk hierbij ook aan bedrijventerreinen en kantoren....
Is ons huidige probleem (DE crisis) dat we proberen veel te veel de onvoorspelbare wereld te ontwerpen? Dat we invloed proberen te hebben op alles dat er om ons heen gebeurd? En dat daardoor de natuurlijke dynamiek verstoord raakt? Die we vervolgens ook weer met diezelfde niet werkende ontwerpersblik proberen te ‘corrigeren’?
Dit zijn overigens vragen waarover ik zelf blijf filosoferen. Hardop soms.
Brief aan Bob [8]
Dag Bob,
Iets verlaat mijn reactie op je blog van 19 december. Je begrijpt het wel, er waren ‘andere zaken’ die om aandacht vroegen. Zaken die de aandacht afleiden van waar we allemaal politiek voor bedrijven: een bijdrage leveren aan de maatschappij. Laten we bij die hoofdzaak blijven.
Grappig dat je schrijft over dat er grenzen aan de groei zijn. Niet nieuw: de Club van Rome schreef er al over in de jaren 1970. Maar wel heel actueel. Ook actueel voor mijzelf, omdat ik op dit moment een boek probeer te lezen met de titel ‘ Welvaart zonder groei’, van de Britse hoogleraar Tim Jackson. In het boek geeft hij een wetenschappelijk onderbouwd betoog over waarom we niet langer door kunnen gaan (met, inderdaad, consumeren en focussen op groei van ondernemingen) op de manier waarop we dat nu doen. En dan niet omdat het geld schaarser wordt – mondiaal bezien is dat immers een gesloten systeem – maar vooral omdat we zonder een rem op de groei onze aarde binnen afzienbare tijd volledig hebben uitgeput. Je mag het boek van me lenen, als je wil. Maar ik heb zo weinig tijd om het te lezen dat het nog wel even zal duren voordat het uit is…
Terzijde: eigenlijk wel mooi; jij ziet grenzen aan de groei in het kader van financiën, en ik in het kader van duurzaamheid, precies twee onderwerpen waar we als D66 Woerden hard aan trekken (samen met onze coalitiepartners) – jij als wethouder, wij als fractie.
Grenzen aan de groei zijn er ook in fysieke zin. Kijk naar de bedrijventerreinen, kijk naar de kleine kernen. We hebben met de motie revitalisering bedrijventerreinen laten zien belangrijke besluiten te kunnen nemen als het gaat om de grenzen aan bedrijvigheid versus de ruimte die ondernemers moeten hebben. Een mooi D66-initiatief! Maar als het gaat om de kleine kernen hebben we nog steeds een probleem. De leefbaarheid van de kernen, en daarin is Woerden niet uniek, is tot nu toe op peil gehouden door nieuwe woningbouw. Maar hier geldt hetzelfde als voor de bedrijventerreinen: wanneer stoppen we met de uitbreiding van de kernen omdat we het Groene Hart niet willen volbouwen? En welk alternatief hebben we om de leefbaarheid vast te houden of te verbeteren? Hoe denk jij daarover?
Met de motie ‘glasvezel in Woerden’ hebben we een goede poging gedaan, maar volgens mij hebben we een systeemverandering nodig om het structureel goed te regelen. Daar zijn politici niet goed in, in grote stappen. Meestal doen we kleine stapjes vooruit. En dan tussendoor vaak ook stapjes terug of opzij. Wat er nu in Europa gebeurt spreekt wat dat betreft boekdelen, je schreef het zelf ook al. We missen moedige politici, die niet alleen op het volkssentiment leunen, maar die ergens voor staan en dat ook durven uitleggen. Die hebben we ook op lokale schaal nodig. Dat zijn de mensen die kunnen verbinden, en bruggen kunnen slaan tussen partijen – of dat nu oppositie is of coalitie. Ik zie dat jij ermee bezig bent, je kunt zien dat wij ermee bezig zijn. Niet voor niets worden diverse voorstellen in de raad aangenomen met uiteenlopende meerderheden. Ook de motie revitalisering bedrijventerreinen, die al dicht in de buurt komt van een systeemverandering. Als ik om mij heen kijk in de raadszaal, zie ik ook voldoende mensen die in staat zijn om verder te kijken dan partijpolitieke belangen en mee te doen. Niet dat het eenvoudig zal zijn, maar als D66-fractie stropen we de mouwen op en gaan we er hard aan werken. Samen met de andere partijen in de raad, samen met het college. Ik heb er vertrouwen in dat het gaat lukken.
Groet,
Heerd Jan
Brief aan Heerd Jan (7)
Woerden, 19 december 2011Beste Heerd Jan,
jouw vorige blog, van alweer 6 weken geleden, eindigde met de vraag “zijn alle geesten rijp?”. Ik zal deze niet retorisch opvatten.
Allereerst rijp waarvoor? In de afgelopen 6 weken is duidelijk geworden dat regeringsleiders Europa-breed er niet in slagen een passend antwoord te vinden op de Euro-crisis. En in Nederland weten we inmiddels dat er tussen de 6 en 10 miljard Euro extra bezuinigd moet worden. Ik heb natuurlijk mijn eigen bril op, zoals je weet, maar voor mij wordt steeds duidelijker dat het financiële systeem zoals we dat bedacht hebben niet meer werkt. En de basis van het succes van dat systeem is geweest de gedachte dat economische groei er altijd wel zal zijn. Dat lijkt nu toch echt een valse gedachte te gaan worden. En waar enkele jaren geleden niemand over deze aanname sprak (als vals) zie je nu dat steeds meer economen roepen dat we mogelijk een periode van 40 tot 50 jaar ingaan van weinig tot geen economische groei. Voor ons simpele zielen kan je dat vertalen als “een einde aan het winkelen” of het einde van steeds blijven “consumeerderen”. Zijn we rijp voor een andere manier van omgaan met schaarser wordend geld?
Dan jouw vraag over alle geesten. Alle geesten in de zin van uiterst links tot uiterst rechts. Waar links nog steeds van mening is dat de samenleving maakbaar is en rechts van mening is dat er vooral niets hoeft of mag veranderen. En wij, D66, zijn van mening dat de toekomst kansen biedt als we er maar tijdig zowel individueel als collectief op inspringen. Bij voorkeur zonder angst.
Of alle geesten in de zin van stinkend rijk tot stinkend arm. De superrijken in de VS roepen op tot, uit welbegrepen eigenbelang, een belasting op hun vermogen. Immers doen ze dat niet dan denken zij dat een Mad Max wereld nabij is. In Nederland acteert de Haagse politiek zonder visie. Met als resultaat een kromme mengelmoes van inzetten op individuele verantwoordelijkheid (PGB afschaffen, ipv verbeteren, omdat het systeem ongewenstheden vertoont) en behoud van collectief voordeel (Hypotheek rente aftrek zoveel mogelijk behouden). Het ziektezorg stelsel, met jaarlijks oncontroleerbaar oplopende uitgaven (nu 78 miljard per jaar) is de meest zichtbare uitwas van vermenging van individuele keuze vrijheid (ik rook, zuip, vreet me dood, en dat bepaal ik lekker zelf) en collectieve solidariteit (alle kosten “eerlijk” verdelen over de hele groep verzekerden). Maar voor wie arm is is de eigen risico bijdrage al voldoende reden om op te houden met deze verzekering en voor wie rijk is is de kaalslag in Nederland reden om zorg in te kopen in het buitenland. Voor mij is dit het meest zichtbare doorgeslagen falen van vertrouwen in marktwerking. Waar ook wij aan bijgedragen hebben.
Hoe bereiden we ons voor als de meningen zo sterk uiteen lopen? De verandering in economie, samenleving en mondialisering is zo groot dat het ook niet vreemd is dat we een moderne variant van een groot denker als Keynes of Malthus of Fukuyama (inderdaad al achterhaald) ter inspiratie nodig hebben.
En wat betekent dat op de Woerdense schaal? Zijn wij een gemeenschap waar de gezamenlijke kracht inderdaad op kan tegen de noodzakelijke beperking van de gemeentelijke bemoeienis en uitgaven? Nu al (na anderhalf jaar) wordt geroepen dat de grenzen van de Sterke Samenleving zijn bereikt. Hoewel we vaak de usual suspects zien, geloof ik daar niets van.
Wel hebben we meer (creatieve) ideeën nodig om nieuwe krachten los te maken. Ideeën die de verschillen, ook in Woerden, tussen links en rechts, binnen de coalitie en met de oppositie weten te overbruggen. In elk geval is dat mijn uitdaging voor de komende 2 jaar (voornemen!), wil de D66 fractie daar ook aan bijdragen?
Ik wens je Fijne Kerstdagen toe, en maak er wat van in 2012!
Hartelijke groet,
Bob
Brief aan Bob [7]
Woerden, 9 november 2011
Betreft: open discussies e.d.
Beste Bob,
Door drukte iets verlaat een antwoord van mijn kant. Maar eigenlijk komt het wel goed uit, want anders had ik de verwikkelingen rondom de begroting 2012 helemaal niet mee kunnen nemen. Dat die wat tumultueus verliep had niet zoveel te maken met het probleem dat je schetst in je laatste brief. Laat ik daar eerst maar eens op reageren.
Ik denk dat je terecht het probleem aan de orde stelt. Ik vind het onbegrijpelijk dat we met elkaar een systeem hebben ontworpen en instandhouden, waarvan we weten dat het niet werkt. We dansen op de vulkaan. We kijken als Nederlanders allemaal naar Griekenland met de gedachte dat ons zoiets nooit zou overkomen, maar ik vraag me af of we wel een realistisch beeld hebben van onszelf. Niet dat wij nu op het niveau Griekenland zitten met onze financiën, maar als dat wel zo zou zijn, zouden wij dan bereid zijn om in ons eigen huishoudboekje in te grijpen, in ons eigen vlees te snijden, op dezelfde manier als nu wordt ingegrepen in Griekenland? Zijn wij bereid om zo'n situatie te voorkomen? Het zou best kunnen dat dat nu van ons gevraagd wordt.
Als dat zo is, dan is er minder dan ooit behoefte aan polarisatie. We zien het in Den Haag, maar ook in Woerden. Dat standpunten worden ingenomen die zuiver en alleen zijn gericht op het behalen van politiek gewin, in plaats van het met open vizier ter discussie stellen van elkaars standpunten en visies om tot een beter resultaat voor de samenleving te komen. Toch zullen we die open houding als politici moeten hebben. Naar elkaar, maar ook naar de samenleving. Beter en sneller inspelen op initiatieven van inwoners en organisaties. Het is ook daarom dat ik namens D66 het initiatief heb genomen voor de motie 'Sterke Samenleving', om wat meer kracht te geven aan een een open houding van de gemeente. Ook zo creëren we nieuw perspectief. En volgens mij geef ik zo ook antwoord op jouw vragen (die ondanks je eennalaatste zin nog steeds best wel retorisch waren trouwens...).
Maar goed, we zullen al met al raadsbreed aan de slag moeten als we ook op de lange termijn een gezonde begroting willen. De korte termijn bleek al lastig genoeg, afgelopen donderdagavond. Daar is al veel over gezegd en geschreven. We gaan als fractie natuurlijk nog eens goed evalueren. Toch, wat je er ook van vindt: er vond die avond discussie plaats over iets wezenlijks. Er was geen beklonken deal waar de oppositie verder niet aan kon tornen, er waren allerlei mogelijkheden om invloed uit te oefenen. Jammer dat die handschoen niet werd opgepakt. Misschien was de informatie ook te vers, en mocht ik dat ook niet verwachten. Wie weet gebeurt het over een maand alsnog. Dan hebben we het over 2012. Maar die open discussie hebben we volgens mij pas echt nodig als wij de lange termijn uitdagingen op een goede manier het hoofd willen bieden. Jullie hebben als college met www.ikbenwoerden.nl laten zien dat je klaar bent voor die open discussie en je hebt het ook in de raad laten weten. Ik heb je hierboven laten zien dat we er als D66-fractie klaar voor zijn. Maar wat denk jij: zijn alle geesten rijp?
Hartelijke groet,
Heerd Jan
Brief aan Heerd Jan [6]
Beste Heerd Jan,Die vakantie lijkt best alweer lang geleden. Zo ben je inderdaad niet met politiek bezig en zo ben je iedere dag weer met politiek, eh, geld bezig. Ik ben natuurlijk verheugd dat je een 'nieuwe zakelijkheid' herkent. En ach dat perfectionisme, dat slijt wel met de jaren. Maar nu wil ik het weer met je hebben over de orde van de dag: De koek is op, gelukkig hebben we nog wat tafel zilver.
In juni schreef ik dat we voor de komende 4 jaar het lek boven hebben. Intussen is de wereld alweer zo sterk veranderd dat we in 2015 met een gat van anderhalf miljoen zitten, dat de jaren daarna oploopt met elk jaar een half miljoen. Bij ongewijzigd beleid, zoals dat zo mooi heet.
De koek, het coalitie-akkoord, is volledig uitgevoerd en leidt tot een prachtig sluitende begroting over de rest van onze college-periode t/m 2014. Maar hoe nu verder in 2015? Ik heb, transparant, op 28 september jl in de Raad aangegeven dat wij behoefte hebben aan nieuwe kaders. Dat is de rol van de Raad, toch? Nu kunnen we lang naar elkaar gaan kijken of die kaders er komen, dus geef ik vast een voorzet; waar zit naar mijn idee de ruimte en de behoefte aan dialoog met leden en kiezers?
Sorry, dit is retorisch dat moet ik zelf toelichten. Daarvoor even een stukje begrotingstechniek. Voor jou en mij zijn Reserveringen een soort spaarpotje met geld, vaak met een etiketje. Bijvoorbeeld; ik heb gereserveerd voor een nieuwe wasmachine. Dan heb ik het over een potje waar 'echt' geld in zit. Niet bij een gemeente (en Woerden is daarin niet uniek)! Een reservering is bij de gemeente een soort hypotheek op de toekomst: We verwachten in de komende 30 jaar genoeg geld te ontvangen en te genereren om nu dat geld op te tellen tot een bedrag dat we met een etiketje opzij zetten, bijvoorbeeld de reservering voor onderhoud aan de openbare ruimte. Of de 30 miljoen die we verdiend hebben uit de verkoop van aandelen NUON. Dat geld hebben we voor een ander doel aan onszelf geleend, maar de reservering is behouden, want geld en boekhouding zijn twee gescheiden zaken. En hier gaat het fout. Want we tellen ze in de jaarlijkse begroting wel bij elkaar op.
Nu hebben we 92 miljoen aan reserveringen staan, en 125 miljoen aan voorgenomen investeringen. Ik zeg 'we', want zo werkt dat in de politiek; ik ben ook verantwoordelijk voor de keuzes van mijn voorgangers. Natuurlijk ook dit college voegt er iets aan toe; zo'n 10 miljoen. Totaal staat de teller op 135 miljoen. Als we dit gaan uitvoeren stijgt de schuld van de gemeente Woerden van 70 miljoen nu, naar ruim 200 miljoen. Met de huidige rentelast van 3 miljoen per jaar naar bijna 9 miljoen per jaar. Die 6 miljoen extra per jaar kan ik al niet vinden in de begroting, maar ook de kosten voor onderhoud en afschrijving niet (zo'n 10 miljoen extra). Het probleem zit dus niet in een bepaalde investering, maar in het totaal bedrag.
En dan kijken we naar het tafelzilver: 90 panden, grond waarop voorlopig niet gebouwd gaat worden (in de groene gebieden), inbreidingslokaties die versneld ontwikkeld kunnen worden, snippergroen (zo'n 6ha). Door hiervan afstand te doen kan je nieuwe investeringsruimte creëren Maar het is en blijft, in het gure economische klimaat, natuurlijk uiterst onzeker wat de opbrengst daarvan wordt.
Kortom, we zullen met elkaar nieuwe keuzes moeten maken.
Je zou er bijna depressief van worden. Gek genoeg heb ik, juist met wat we tot nu toe al bereikt hebben, het volle vertrouwen dat we ook uit deze puzzel gaan komen. Elke dag zien we nieuwe initiatieven ontstaan waaruit de kracht van mensen spreekt. Zo zijn er zeer onlangs vrijwilligers aan de slag gegaan om een vraag/aanbod site te maken voor allerlei vergaderzaaltjes in de gemeente Woerden. Ze zijn er namelijk genoeg, ze worden alleen niet gevonden door degenen die ze nodig hebben. Vaak was de gemeente dan de tussenpersoon (met subsidie). Niet meer, inwoners lossen het zelf op.
Wat wel nodig is dat we over onze eigen schaduw heen durven te stappen. Niet vasthouden aan verworvenheden, aan toezeggingen, aan gemaakte keuzen, aan makkelijke oplossingen als belastingverhoging. Maar het probleem dat er ligt met open vizier tegemoet treden en onszelf de vraag stellen; hoe creëren we een nieuw perspectief? En hoe laten we daar mensen in meedenken? hoe verwerven we steun voor dat nieuwe perspectief? D66 bestaat uit jonge, getalenteerde, flexibele (van geest) mensen; dat moet lukken, toch?
Voor de goede orde die laatste 4 vragen waren niet retorisch. Ik hoor graag jouw antwoord.
Brief aan Bob [6]
Beste Bob,
Het reces is weer voorbij. De eerste fractievergadering is alweer achter de rug. Om helemaal eerlijk te zijn: het was wel fijn om twee maanden niet iedere dag met politiek bezig te zijn, niet zeker twee à drie werkdagen per week na het eten weg te racen voor de volgende vergadering. Maar het is ook goed om de tijd te hebben om van een afstandje te kijken naar wat we hebben gedaan en waar we mee bezig zijn. Nu ben ik redelijk perfectionistisch van aard, dus is het niet snel goed. Dat is weleens lastig in een systeem waarin je compromissen moet sluiten, kan ik je vertellen.
Maar als ik alles op een rijtje zet, ben ik best tevreden over de manier waarop we als coalitie werken. We zijn het niet altijd op alle punten met elkaar eens, maar we vinden elkaar 100% als het gaat om de manier waarop we vinden dat de gemeente moet worden bestuurd. Laten we het 'de nieuwe zakelijkheid' noemen. Geen ondoorzichtige deals meer, maar transparant, fair en aanspreekbaar. Dat is niet altijd positief: je stelt jezelf kwetsbaar op en als er een keer wat misgaat, dan is dat ook heel transparant.
Als coalitie hebben we communicatie met de inwoners vooropgesteld. Ook daar vinden we elkaar als coalitiepartijen naadloos in. Jullie hebben dat als college goed opgepikt, met www.ikbenwoerden.nl als zichtbaar en heel positief resultaat. Op dit moment gaat www.ikbenwoerden.nl over de vraag hoe we er echt voor gaan zorgen dat de polder Bijleveld groen blijft. Je had het ergens achter een bureau in het stadhuis kunnen gaan proberen te bedenken, maar betrekt de Woerdense gemeenschap erbij. Heel transparant dus, om te laten zien waar je mee bezig bent.
Maar ook hier krijg je kritiek over. Het lijkt erop dat die kritiek zijn oorsprong vindt in een immens wantrouwen in de politiek. Sommigen gaan daarin zelfs zo ver dat ze de integriteit van de leden van het college, van jou persoonlijk of van ons als fractie ter discussie stellen. Ik stoor me daar mateloos aan. Maar het enige dat we kunnen doen is doorgaan en laten zien dat er geen verborgen agenda is, en zo het vertrouwen herstellen bij diegenen die daarvoor openstaan.
Communicatie is daarvoor essentieel. Zo aan het begin van het nieuwe politieke jaar, zou ik je op het hart willen drukken: zorg ervoor dat niet alleen de communicatie op de grote onderwerpen goed loopt, maar ook dat het in de 'kleine' dagelijkse contacten goed zit. Want wat voor jou een minder groot onderwerp is, kan voor de betrokken inwoner of ondernemer essentieel zijn. Ik besef dat dat contacten zijn die vooral door het ambtelijk apparaat worden onderhouden, maar ze zijn daarom niet minder belangrijk! En je weet: ik zal het ook dit jaar weer scherp in de gaten houden...
Groet,
Heerd Jan
Brief aan Heerd Jan [5]
Woerden, 14 juni 2011
Betreft: de financiën komen op orde!
Beste Heerd Jan,
Het is nu juni, de maand van het "richting-gevend-overleg". Na een jaar als college te hebben gewerkt denken we grip gekregen te hebben op 'slanke overheid, sterke samenleving', ons credo voor de komende 4 jaar. In dat jaar is er van alles gebeurd, vanzelfsprekend. Sommigen in Woerden zeggen dat dit college weinig voor elkaar heeft gekregen. Dat klopt, voor zover je dat beoordeelt op de bekende manier, waarin met veel geld nieuwe ambities werden gelanceerd. Dat geld is er niet meer, dus wordt je vanzelf 'beleidsarm' en valt er minder te besluiten. En meer af te ronden.
Het afgelopen jaar hebben we afgesloten met een winst van 1 miljoen Euro en een budget overheveling van 1,4 miljoen Euro. Een duidelijke verandering ten opzichte van vroegere jaren. We schijnen op de provinciale ranglijst van financieel gezonde gemeenten ook stevig gestegen te zijn, al zit een top-5 positie er nog niet in. Het is natuurlijk niet de bedoeling winst te maken, maar doelen te halen en afspraken uit te voeren. Toch is het in financieel moeilijke tijden prettig dat je dit effect kan bereiken. We hebben dit effect nu ingebouwd in de begroting en hebben zo jaarlijks 1 miljoen extra ruimte waarvoor dus niet bezuinigd hoeft te worden.
Een van de dingen die je in zo'n jaar doet is grasduinen in losse eindjes uit het verleden. Je moet immers weten waaraan je begint. Wil je zo'n kast open doen, dan stinkt het nogal eens. Ik hoef het geen naam te geven om je duidelijk te maken wat ik bedoel. 18 hebben we er tot dusverre geteld. En dan heb ik het niet over de dossiers die al jaren en jaren slepen, waar de Westelijke Randweg de meest duidelijke van is.
Wat we ook gedaan hebben is een 12-tal interne veranderingen in gang zetten, zoals het werken met maandrapportages. Inderdaad dat kende Woerden nog niet, en van de wethouders met die van Financiën aan het roer, werd verwacht dat met 2 rapportages per jaar gestuurd kon worden. Niet dus. En het gaat niet om de rapportages, het gaat om de bijbehorende houding en gedrag: met geld van de belastingbetaler ga je prudent om.
Dus heel veel zichtbaars, anders dan betere financiële jaarcijfers, komt daar niet uit. Ik vind dat best iets om trots op te zijn, dat je na krap een jaar kan zeggen dat het huishoudboekje op orde komt. Zonder die basis hoef je niet eens aan nieuwe activiteiten te denken. En daarmee ben ik ook trots op wat we, in dit eerste jaar, ook zichtbaar voor de buitenwereld hebben bereikt. De paal van het nieuwe Minkema gaat deze maand de grond in, het contract met BlauwhoedVorm voor Defensie-Eiland is getekend zodat er echt gewerkt gaat worden, aan De Oranjesingel is de schep de grond in gegaan. En minstens zo belangrijk zijn de initiatieven waarin de samenleving aan de slag is gegaan, zoals zaak maken van het behoud van het oude stadhuis in Harmelen voor allerlei dorps-activiteiten.
En tegelijk is daarmee duidelijk dat het 'regeren' echt anders is geworden. We moeten en mogen veel meer vertellen wat we doen. Voor de vele mensen in de samenleving met wie we werken en die rechtstreeks bij alle veranderingen betrokken zijn is dat wel duidelijk, maar de overgrote meerderheid van de inwoners is dat (nog?) niet. Nog moet natuurlijk zijn ‘nog!’. Want daar gaat de ' sterke samenleving' over; meer betrokken inwoners Met ikbenwoerden.nl hebben we een geweldige start gemaakt, dat gaan we een vervolg geven.
Ten aanzien van onze ontmoetingen deze maand de volgende afsluiting: Richting gevend betekent dat de richting duidelijk moet zijn, de weg op sommige stukken nog aangelegd moet worden en het doel een klein stipje in de verte is. Ik wens ons allen veel wijsheid in de beraadslagingen over de keuzes die wij als college aan jullie hebben voorgelegd. En je weet het, de Raad maakt andere keuzes dan een college, maar heeft ook voor de bijbehorende dekking te zorgen.
Groet,
Bob
Brief aan Bob [5]
Woerden, 16 mei 2011
Betreft: paaseieren en communicatie
Beste Bob,
Kon je de paaseieren niet vinden Bob? Wat een cynisme in je laatste brief! Als ik zeg dat we ook over details moeten kunnen praten, zeg jij direct dat dat te maken heeft met de vraag wie de grootste mond heeft en wie de juiste mensen kent. Dat is zeker niet zoals ik het bedoel. En zo werkt het ook niet helemaal. Maar om helemaal eerlijk te zijn: dat soort zaken speelt natuurlijk wel een rol. Want wie een raadslid kent, of wie de grootste mond heeft, die krijgt nu eenmaal makkelijker aandacht voor zijn zaak dan de bescheiden burger die niet goed weet wat het verschil tussen raad en college is. Dat is natuurlijk niet goed. Aan de andere kant: je mag ervan uitgaan dat over de belangrijkste zaken ook het hardste wordt geschreeuwd. En 'niet-mondige' burgers, zijn die er überhaupt eigenlijk nog? Ik heb de indruk dat bijna iedereen de weg (ofwel de button 'mail alle raadsleden', rechtsonderin op http://www.woerden.nl/default/raad/id_922) wel weet te vinden als er iets mis gaat. Wat je daar verder ook over kan zeggen, ik denk wel dat we als D66 Woerden daar op een goede manier mee omgaan. En zeker ook kritisch zijn ten opzichte van wat de kiezer zegt en wil. Mijn ervaring is dat je vaak heel goed kunt uitleggen, als dat nodig is, waarom je ergens anders over denkt, en dat mensen dat best accepteren (zonder het met je eens te hoeven zijn). Communicatie is daarbij inderdaad het toverwoord.
Toen we het in de laatste Commissievergadering over Grondwater Woerden hadden, zei Jaap namens de fractie dat hij de raadsinformatiebrief daarover ‘kil’ vond. De brief was, op zijn minst, wel erg zakelijk te noemen. En dat is op zich goed. Maar ook een zakelijke boodschap kun je op verschillende manieren brengen. Het optreden van wethouder Cnossen tijdens de commissievergadering had wat dat betreft in ieder geval wel de juiste toon: geen twijfel over de zakelijke positie van de gemeente laten bestaan, maar wel laten merken dat je met de bewoners wil meedenken en ze wil helpen waar mogelijk. Dat is besturen met je hart, dat is de communicatie zoals ik die graag zie vanuit het college.
En daar reken ik jullie ook op af. Wat daarachter zit, binnenin je organisatie, dat is jullie domein en daar gaan wij als raad niet over. Dat kan 100% een hoofdlijn zijn, en wellicht zelfs dé hoofdlijn voor dit college, maar als raad kijken wij naar het college: alles wat er in het stadhuis gebeurt is jullie verantwoordelijkheid. Misschien wel lastig soms, maar daarom niet minder waar.
Die communicatie hebben jullie met www.ikbenwoerden.nl overigens heel aardig gedaan. Ik zeg ‘heel aardig’, omdat het nog lang niet klaar is. Je moet de komende tijd duidelijk blijven maken wat je met alle inbreng hebt gedaan, en waarom. Als raad hebben we ook een rol: wij zijn uiteindelijk verantwoordelijk voor het budget. Het juni-overleg wordt dan ook heel interessant en ik denk dat college en raad (raadsbreed!) moeten praten over de communicatie daarover. Anders wordt het onnodig een hele hete zomer. Daar zijn een paar verdwenen paaeieren niks bij...
Groet,
Heerd Jan
Brief aan Heerd Jan [4]
Woerden, 25 april 2011Betreft: Hart, Hoofdlijn en details
Beste Heerd Jan,
'Niets is zo dodelijk voor hard werkende vrijwilligers als een gemeentelijke organisatie die langzaam werkt of vooral tegenwerkt', daar eindigde ik en jij ook de vorige keer mee. Ik zei ook dat ik het ermee eens was. Intussen heb jij geschreven 'moet de overheid niet wat meer hart voor mensen laten zien'. Tja, ook daar kan ik het niet mee oneens zijn. Dus waar zal ik eens op reageren?
En tenslotte hebben we het over hoofdlijnen versus details, over volksvertegenwoordiging en persoonsvertegenwoordiging. Want als je achter de bestuurstafel zit dan lijkt het daar wel eens op. Wie de grootste mond heeft, de meeste raadsleden kent, of als een van de leden een raadslid hebben, die krijgt zijn subsidie-centjes, los van de vraag of dat, in afweging van vele belangen, terecht is. Als je dat volksvertegenwoordiging vindt, dan zullen die details nooit verdwijnen. Als je het niet erg vindt heb ik daar een andere mening over. Af en toe mag een Raadslid best kritisch zijn tegenover de mensen die hij zegt te vertegenwoordigen. Tegelijk zullen en mogen details nooit uit het oog verloren worden. Het is ook niet hoofdlijnen of details, het is en/en. Uit de details moet blijken dat de hoofdlijnen kloppen.
En dat alles komt bij elkaar in communicatie. Snelheid van handelen, hart tonen, details en hoofdlijnen. Regels zijn er niet om 'ja' of 'nee' tegen een vraag te zeggen, maar om naar de mogelijkheden te zoeken. Hoofdlijnen zijn er niet om de details te missen. En burgers hebben af en toe te accepteren dat wat zij willen niet kan of te duur is. Ik hoop dat je in de antwoorden op ikbenwoerden.nl ziet dat we ons best, ons stinkende best, doen om persoonlijk te zijn, meer hart te tonen, het gesprek aan te gaan in plaats van menen de waarheid in pacht te hebben, en ja, ook regelmatig 'nee' zeggen.
Volksvertegenwoordiging is niet je oor naar elke inspreker laten hangen. Toch?
In dit verband werken we, nog weinig zichtbaar voor de buitenwereld, aan het veel sneller kunnen handelen op vragen van inwoners. Korte reactietijd, korte verwerkingstijd, lage kosten, hoge service, in een keer goed. Het zou mij niet verbazen als we inmiddels een record gezet hebben: een door bewoners van Waterrijk aangedragen gevaarlijke verkeerssituatie hebben we binnen 2 weken op kunnen lossen. Het kan dus wel.
De binnenkant van de gemeente is traditioneel niet het domein van politici, maar het is hoog tijd dat ook daar aandacht aan besteed wordt, anders kunnen wij al die mooie doelen op onze gevoegelijke buiken schrijven. Of hoort de binnenkant van de organisatie zo sterk bij mijn rol als bestuurder dat jij als raadslid deze hoofdlijn laat lopen? Inclusief dus kwaliteit van communicatie?
Het is nog steeds een fantastisch Paasweekend, ik hoop dat je met VEP kampioen aan het worden bent.
Groet, Bob
Brief aan Bob [4]
‘Een slanke overheid, een sterke samenleving’, dat is het motto en daarmee zijn jullie op de goede weg. De vraag is natuurlijk wat er eerst is, de slanke overheid of de sterke samenleving. Laten we het er maar op houden dat het een organisch proces is, om maar even wat managementjargon te gebruiken: samenleving en overheid reageren op elkaar en komen zo samen tot de gewenste uitkomst.[1]
Als college zitten jullie aan de knoppen om dat te regelen, als raad controleren we of het goed gaat. We bepalen vooraf de bestemming en de route, en jullie mogen vervolgens het gaspedaal intrappen en sturen. Dat lijkt een mooi beeld, een ideaalplaatje. Maar laten we wel wezen Bob, het is volstrekte nonsens. We kunnen met elkaar nog zo hard roepen dat de raad alleen over de hoofdlijnen moet praten, dat gebeurt niet en het zal nooit gebeuren. De raad zal ook altijd over details blijven praten. Want het zijn de details die de discussie op straat bepalen, en niet de hoofdlijnen of de kaders. En als raadslid heb je niet alleen een controlerende taak, maar ook een volksvertegenwoordigende. Zie je het voor je dat bij de bakker wordt gediscussieerd over de vraag of we dat moeten willen, een sterke samenleving? En wat dat inhoudt? Nee, de discussies gaan over bomen en vogels, over files en winkels. Heel concreet. Als we als raad niet over die concrete zaken kunnen praten, dan verliezen we het contact met de samenleving en komen we alleen maar verder van huis. Dus een raad die alleen over hoofdlijnen praat: nee, bedankt!
Het is wel onze taak om, als we het dan toch ook over details hebben, ervoor te zorgen dat we dat rijmen met de hoofdlijn die we hadden afgesproken. Dat betekent niet dat altijd alles in lijn moet zijn met die hoofdlijn. Afwijkingen moeten kunnen. De menselijke maat blijft belangrijk. Maar dan moet je wel duidelijk kunnen maken waarom je juist die afwijking wil toestaan. En soms is het een kwestie van beter uitleggen aan en luisteren naar inwoners: communicatie. Dat geldt ook voor het college. Daar maak ik me de laatste tijd weleens zorgen over. Zoals die grootschalige kap van bomen. Zelfs al zou het allemaal kloppen, hebben jullie wel nagedacht over hoe dit overkomt bij de bewoners? En ik las onlangs een brief van een teleurgestelde molenaar. Zakelijk klopte het vast wel, de zaak is rechtgetrokken geloof ik, maar had hier niet iets meer van nature het hart mogen spreken? Ik schreef de vorige keer 'Niets is zo dodelijk voor hard werkende vrijwilligers als een gemeentelijke organisatie die langzaam werkt of vooral tegenwerkt' en je zegt dat je dat met me eens bent. Maar gaat het eigenlijk niet verder? Is het niet zo dat de samenleving alleen sterk kan worden met een overheid die hart heeft voor de mensen? Laten jullie dat wel voldoende zien?
Groet,
Heerd Jan
[1] Dit slaat nergens op natuurlijk. De maakbare samenleving bestaat niet. Als je het goed doet kom je dichtbij. Maar de ambitie moet er zijn.
Brief aan Heerd Jan [3]
Woerden,19 maart 2011
Beste Heerd Jan,
Ik heb even gewacht met mijn antwoord op jouw brief. We zijn 1 maart gestart met ikbenwoerden.nl en dat is een eerste aanzet tot overdracht van taken aan burgers. Ik had voor ik tot een antwoord kwam behoefte aan enige ervaring. Inmiddels hebben we ook enkele ontmoetingen met de Denktank en een ontmoeting met de Wijze Woerdens Wijven achter de rug. De trend is helder.
De inwoners van Woerden willen zich graag inzetten voor hun .... Tja voor wat? Voor hun gemeente? Voor hun straat? Voor hun groep? Daar is geen eenduidig antwoord op en dat hoeft gelukkig ook niet. Velen kunnen zich betrokken voelen bij 'hun eigen ding' en dat hoeft niet ten koste te gaan van anderen of de gemeente. Wel zie je op ikbenwoerden.nl dat de tegenstellingen in de politieke arena zich, vanzelfsprekend, ook voordoen onder inwoners. Zijn we toch een afspiegeling. En net als in de politieke arena zie je dat ikbenwoerden.nl ook gebruikt wordt voor losse flodders. Dat is geen reden om dan maar met ikbenwoerden.nl op te houden. Het is beter te leren van deze ervaringen en in april/mei met een volgende versie te komen.
We hebben immers met elkaar een bijzonder experiment in gang gezet. We staan daarin niet alleen. In heel Nederland worden op lokaal nivo dit soort bewegingen in gang gezet. Nu de landelijke politiek nog. Maar laten we het even bij Woerden houden.
De reflexen dat de gemeente er is om 'alles' te verzorgen zijn er ook nog. Jij geeft zelf aan: 'geef mensen verantwoordelijkheid en ze doen er iets mee'. Dat is inderdaad ook mijn ervaring. Toch zie je ook krampachtige reacties waarbij de gemeente tegen beter weten in wordt aangesproken om geldstromen, ondersteuning en gebouwen beschikbaar te houden voor hun eigen kleine groepje onder het mom 'dat hebben we al jaren, en dus hebben we er recht op'. Tja en jij bent ook een vertegenwoordiger van die groepjes. Je voelt hem al aankomen, hoe ga jij met jouw fractie optreden in dit delicate spel? Hoe ga jij met jouw fractie op 'hoofdlijnen sturen' (afspraak tussen raad en college) als het de details zijn die tot reuring leiden? Je weet wel bontgevederde vrolijk fluitende vogels, maar ik kan er nog wel een stuk of tien opsommen die langs gaan komen.
Want ja, we willen een omslag, we willen echt, met elkaar, de cirkel van te hooggespannen verwachtingen en wederzijdse teleurstelling doorbreken. Dat vraagt om volharding, om goed luisteren en inderdaad om consequent handelen. Op jouw opmerking 'Niets is zo dodelijk voor hard werkende vrijwilligers als een gemeentelijke organisatie die langzaam werkt of vooral tegenwerkt' kom ik de volgende keer graag terug. Ik ben het er overigens mee eens.
Groet, Bob
Brief aan Bob [3]
Woerden, 24 februari 2011
Betreft: inwoners kunnen meedoen
Dag Bob,
“Fijn, dat dualisme.” Je had ook kunnen schrijven: mooi, dat dualisme! Want het is de taak van de raad om kritisch te zijn, ook als het eigen wethouders of het ‘eigen’ college betreft. En hoewel dat weleens lastig is (bijvoorbeeld als ik wat doorvraag naar hoe je omgaat met D66-principes) profiteer je daar uiteindelijk zelf ook van op langere termijn. Maar laat mij daar later op terugkomen.
Eerst nog even die principes. Ik begrijp je antwoord, en hoe het werkt. Je geeft wel twee voorbeelden waar ik nog op wil terugkomen. Te beginnen met het voorbeeld van de fietsbrug. Als D66-fractie waren we in eerste instantie tegen de motie. Wij voorzagen te veel veiligheidsproblemen voor fietsers die juist door het vervroegd aanleggen zouden worden veroorzaakt. Daarom pleitten wij voor een aanpassing van de motie, die de zaak breder trok door te zeggen tegen het college: kijk nu eens of u niet al eerder iets kunt doen aan de situatie rondom de stationsweg/Polanerbaan. Met andere woorden: precies zoals jij aangeeft hebben wij gekeken naar het onderliggende principe, niet naar de oplossing alleen. De motie werd ook inderdaad aangepast.
Bij de Westelijke Randweg doen we dat misschien niet. Daar speelt namelijk nog een ander principe: het principe van de betrouwbare overheid. Wie jarenlang een randweg belooft, moet hem ook gaan aanleggen. De randweg is, toegegeven, daarmee misschien wel in 25 jaar te veel van een instrument een doel op zich geworden. Overigens zie ik niet in hoe we op een andere manier dan door een randweg aan te leggen, de onderliggende doelstelling van die randweg kunnen bereiken. Maar mocht dat alternatief er zijn, dan zijn we het aan onszelf en onze inwoners verplicht om daar goed over na te denken.
Maar inwoners denken zelf ook goed na. Dat hebben jullie als college goed begrepen door inwoners uit te nodigen om binnenkort op een website suggesties te doen voor bezuinigingen. Heel goed. Ik vind dat dit college, deze coalitie, daarin echt zichtbaar een verschil aan het maken is. Ga daar vooral mee door!
Maar kun je al echt zaken gaan overdragen aan bewoners, vraag je me. Vraag een vader of een moeder of zijn kind klaar is om het huis uit te gaan, en de meesten zullen zeggen dat dat nog niet het geval is. En toch komt het meestal wel goed. Ik zou er daarom best serieus over willen denken. Mijn persoonlijke ervaring als voorzitter van een wijkplatform is dat je soms wordt gedwongen om een standpunt in te nemen dat niet door alle bewoners wordt gedeeld. En dat zonder democratische legitimatie. Ik vond dat juist daarom lastig. Maar het principe is goed: geef mensen verantwoordelijkheid en ze doen er iets mee. Maar geef direct ook aan dat je als gemeente er dus niet meer voor bent. Dat is essentieel voor succes denk ik. En dan nog: selecteer om mee te beginnen een actief wijkplatform, een actieve bewonersorganisatie. Maak vervolgens de opdracht zo concreet mogelijk, zodat er weinig politieke afwegingen hoeven te worden gemaakt. En zorg dat waar je als gemeente betrokken bent, soepel met de mensen omgaat. Niets is zo dodelijk voor hard werkende vrijwilligers als een gemeentelijke organisatie die langzaam werkt of vooral tegenwerkt.
En dan is nu de beurt aan jou. Ga je hier mee aan de slag of niet? Krijgen we een voorstel in de raad? En dat dualisme, daar schrijf ik je een volgende keer nog wel over.
Groet,
Heerd Jan
Brief aan Heerd Jan [2]
6 februari 2011,
Beste Heerd Jan,
Tja, ik had gedacht van die vraag over principes en compromissen verlost te zijn. Maar kritisch als je bent achtervolg je mij tot je een bevredigend antwoord krijgt. Fijn, dat dualisme…
Ik heb de vraag weloverwogen niet met een simpel ‘ja, elke ochtend neem ik mijn principes mee naar het stadhuis’ beantwoord. Wat is de waarde daarvan? Ik heb een aantal voorbeelden gegeven waarmee ik laat zien hoe ik principes, zoals streven naar transparantie, toepas.
Dan nu rechtstreeks. Nee, ik laat mijn principes niet thuis. Nee, ik schud mijn huid niet af en trek niet een masker aan als ik het stadhuis binnenloop. Ik denk dat je je principes alleen kan volgen als die echt heel dicht bij jezelf liggen, van jezelf zijn, en niet afhankelijk van omstandigheden. Ik heb in mijn vorige blog een voorbeeld van compromissen sluiten gegeven omdat principes de neiging hebben heel zwart/wit te werken, zoals jij ook aangeeft. De werkelijkheid vraagt vaak om allerlei kleurnuances, inclusief het vlakke grijs.
Je kan zeggen dat D66 een principiële keuze gemaakt heeft om in deze periode de Westelijke Randweg aan te leggen. Die keuze is gemaakt in het licht van de toen bekende financiële situatie, die er aanmerkelijk rooskleuriger uitzag dan we nu weten. Wat waren de aannames, wat waren de condities, wat willen we bereiken met die keuze? Kortom wat is het onderliggende vraagstuk. Helaas is dat iets dat slechts weinigen interesseert. Bij de Westelijke Randweg is dat onderliggende vraagstuk de al jarenlange verkeersoverlast voor de bewoners van de Rembrandtlaan, de Boerendijk en de wijken daaromheen. De vraag is dan: wat is het principe waar we aan vasthouden? Is het principe dat de weg er moet komen, of dat het onderliggende probleem wordt opgelost?
Ander voorbeeld, waar we de afgelopen week ook intensief met zijn allen mee bezig zijn geweest: Een vervroegde aanleg van fietspad over en fietsbrug naar het Defensie-eiland. Een vraag aan het Bestuur. Op het eerste gezicht een sympathiek voorstel. Maar het Defensie-eiland is binnenkort een bouwput van Blauwhoed/VORM. Daar gelden strikte veiligheidseisen die al moeilijk genoeg zijn voor de bouwvakkers, laat staan voor een argeloze fietser (bij oprijden terrein ‘bouwhelm op, bij uitrijden bouwhelm af’?). In mijn ogen een op voorhand overduidelijk onmogelijk verzoek.
Maar niet voor de Raad, inclusief D66.
Was de onderliggende vraag de onveiligheid voor fietsers op de huidige route naar het station? Of in bredere zin de verdere realisatie van Woerden fietsstad? Met welke voorstellen zou je dat fiets-imago wel kunnen versterken?
En hoe zit het met onze burgers? Ik weet zeker dat bij navraag velen, zo niet allen, zullen zeggen dat afval in de kliko thuishoort en dat je je hond niet op de stoep laat kakken. Desondanks zie ik elke wandeling (slalommend) van huis naar winkelcentrum en vice versa wat een bende sommigen er op straat van gemaakt hebben. Dat doet bij mij de vraag rijzen hoe we (een van de principiële keuzes van deze coalitie) taken van die in vele ogen falende overheid weer voor een deel terug kunnen leggen bij inwoners? Hoe zorgen we ervoor dat wat binnenshuis normaal is ook op de straat de norm wordt? Of is een belangrijker principe ‘ach, dat is van ons allen en dus niet van mij’? Het is het tweede deel dat me zorgen baart; al is het niet van jou persoonlijk, dan nog maakt ieder van ons wel gebruik van die ruimte. En heb je dus een verantwoordelijkheid. Gelukkig zien we steeds meer voorbeelden hoe het wel kan. Straten en buurtjes die het groen en het afval aanpakken. Winkeliersverenigingen die hun centrum schoonhouden naast de regelmatige schoonmaak door de gemeente. Dat vind ik echt mooi.
Maar zijn we al zover dat we budgetten geheel kunnen overhevelen? Of is dat deel van de inwoners dat ik als eerste beschreef nog in de meerderheid? Kan jij me helpen met deze vragen? Of hef ik dan het (principe van) dualisme teveel op?
Brief aan Bob [2]
Woerden, 21 januari 2011
Betreft: compromissen + ijsberg
Beste Bob,
Mooi is dat. Ik stel je een vraag over compromissen sluiten of niet, en ik krijg een verhaal over ijsbergen terug… Eerst toch nog maar even over die compromissen, want ik wil wel nog graag antwoord.
Ja, natuurlijk denk je ‘en/en’, en ja dat is heel D66. Maar je zegt ook: vanzelfsprekend sluit ik compromissen. En daar wil ik graag meer over horen. Want de kiezer stemt niet op compromissen, hij stemt D66. En ik wil graag weten hoe jij daar mee omgaat. Laat ik er zelf eens iets over zeggen, misschien dat het je helpt bij het formuleren van het antwoord.
De kiezer stemt dus niet op compromissen. Hij of zij stemt denk ik op een partij vanwege de mensen (‘het Jaap-effect’), of op de partijstandpunten die aanspreken in een verkiezingsprogramma. Wel/niet een bedrijventerrein in Bijleveld, wel/niet de oostelijke randweg, dat werk. Op die onderwerpen sluit je geen compromissen, en als dat al gebeurt is dat al in een coalitieakkoord gedaan.
Mijn vraag gaat over de compromissen die je volgens mij (maar dat is dus mijn vraag) op bijna dagelijkse basis sluit op andere, minder in het oog springende zaken. Zeg maar op dat deel van jouw ijsberg dat niet alleen voor ons raadsleden, maar ook voor de kiezer niet inzichtelijk is. Sluit jij die inderdaad op dagelijkse basis? En zijn die eigenlijk niet veel belangrijker dan die paar in het oog springende punten? Extreem voorbeeld: als we als D66 bereid zouden zijn alsnog af te zien van de westelijke randweg, en in ruil daarvoor 4 jaar lang iedere dag weer alle ‘onzichtbare’ beslissingen ‘D66-proof’ zouden mogen maken, zouden we dan niet een fantastisch resultaat halen voor onze kiezers? (we zouden tegelijkertijd een ongelofelijke hoeveelheid verwijten krijgen van diezelfde kiezers omdat we een belofte hebben gebroken, schat ik zo in). Maar goed, de vraag blijft natuurlijk of je inderdaad die compromissen sluit en in hoeverre je daar de D66-beginselen hoog kan en moet houden of niet.
En dan die ijsberg: moet ik me zorgen maken? IJsbergen associeer ik nogal snel met de Titanic, vandaar… Je bent als college verantwoordelijk voor die hele ijsberg, maar als ik je goed begrijp heb je maar voor een beperkt deel zicht op wat er gebeurt. Dat lijkt me geen prettige situatie. Als raad gaan we er nog steeds vanuit dat je 100% (mede)verantwoordelijk bent, ijsberg of geen ijsberg. En dan verbaas jij je erover dat we een discussie hebben over een kanovereniging. Voorop staat natuurlijk dat het college maar te aanvaarden heeft waar de raad over wil praten. Maar ik begrijp goed wat je bedoelt. Natuurlijk wil jij graag over hoofdlijnen praten, maar mijn collega raadsleden en ik hebben ook een andere taak, en dat is volksvertegenwoordiging. Als iets leeft in de samenleving moeten we daarover met jullie en vooral ook met elkaar van gedachten kunnen wisselen. Daarom heeft D66 het onderwerp van de grondwaterstand in het Schilderskwartier geagendeerd, en daarom ook vind ik dat Inwonersbelangen en het CDA het volste recht hebben om over de kanovereniging te praten - hoofdlijn of geen hoofdlijn.
Brief aan Heerd Jan [1]
Woerden, 5 januari 2011
Betreft: compromissen + ijsberg
Beste Heerd Jan,
Elke dag op het gemeentehuis ben ik met minstens 10 verschillende onderwerpen bezig. De meeste hiervan zijn niet bij de Raad bekend. De Raad ziet, zeg maar, het topje van de ijsberg. Het topje van de ijsberg is het zogenaamde Nieuwe Beleid. Onder de wateroppervlakte drijft het veel grotere Oude beleid, ook wel bekend als Going Concern. Nu hebben we (College) de ijsberg een droogdok ingevaren en zijn we bezig voorzichtig de berg droog te leggen. Of met andere woorden zichtbaar te maken. In D66 termen: transparant.
En het loont om ook in de krochten van de ijsberg te gaan kijken. Sommige ambtenaren zeggen dan dat ik op hun stoel ga zitten. Het is echter wel eens nodig om met nieuwsgierigheid te begrijpen hoe het komt dat de ijsberg er aan de buitenkant zo rafelig uitziet. En ja, dan wil je wel eens verrast worden.
Wil je dan wat veranderen, in de richting van wat D66 en dit college wil, dan kom je erachter dat de materie weerbarstig is, broos, en onverwachte samenhangen vertoont. Inderdaad een organisatie met mensen met allemaal, naast loyaliteit aan de algemene overheidsdoelen en het bestuur, ook een eigen wil. Ik mag dan sinds kort, in jouw woorden, de overheid zijn, op de eerste plaats blijf ik in en uit mijn hart een D66’er. Vanzelfsprekend sluit je daarbij compromissen. En/en denken, gericht op vernieuwen, hervormen en investeren, alle D66 thema’s toch?
Vanuit die context breng je als wethouder onderwerpen naar de Raad. Dan verbaas ik me wel eens wat belangrijk en wat minder belangrijk gevonden wordt. Een verwacht omvangrijk exploitatie-tekort op een nog te bouwen parkeergarage, leidt, bijvoorbeeld, tot aanzienlijk minder dialoog in de Raad dan plantenbakken op straat.
Dat dualisme is dat nou bedoeld om mij op, zeg, de huisvesting van de kano-vereniging aan te spreken, of meer op hoofdlijnen? Maar nog veel belangrijker, hoe hou jij eigenlijk contact met de burger en meer in het bijzonder de D66 stemmer die jij zegt te vertegenwoordigen? En hoe breng jij dat in de Raad eigenlijk?
Ik wens je een feestelijk uiteinde en prachtig begin van 2011 toe!
Op naar volgende successen,
Groet, Bob
Brief aan Bob
Woerden, 22 december 2010
Betreft: compromissen
Beste Bob,
Als D66-ers zijn we gewend om met een kritische blik naar de overheid te kijken. Komt die overheid niet teveel achter de voordeur? Zijn we nog wel de baas over ons eigen leven? Wil de overheid niet veel meer van ons weten dan nodig is? De achtergrond van die scepsis heeft te maken met het feit dat wij als burgers de overheid macht hebben gegeven om zaken voor ons te regelen, zaken die het algemeen belang betreffen. Maar de overheid is uiteindelijk gewoon een organisatie. En iedere organisatie heeft de neiging om ook doelen na te streven die niet direct zijn gericht op de taak die moet worden uitgevoerd, maar die zijn gericht op het eigen lijfsbehoud. De overheid dus ook. En dat is natuurlijk niet de bedoeling met al die machtsmiddelen die de overheid heeft. Een beetje D66-er is dus flink kritisch.
Nu ben jij sinds mei van dit jaar wethouder Bob, en dat betekent dat jij aan de kant van de overheid zit. Sterker nog, jij bent de overheid. Kun je dat nog een beetje met elkaar rijmen? Als echte D66-er wantrouwend staan tegenover de overheid en dan toch diezelfde overheid niet eens dienen, maar echt zijn? Of laat je je principes iedere ochtend thuis als je naar het gemeentehuis vertrekt? Als er plannen zijn om bestanden te koppelen in het kader van de bijstandsuitkeringen, trek jij dan aan de bel? Of sluit je compromissen?
Ik vertrouw erop dat je je D66-principes meeneemt naar het gemeentehuis en ook als wethouder een herkenbaar D66-geluid laat horen. Maar je weet het, vertrouwen is goed, controle is beter. Reken er daarom maar op dat we je vanuit de raad kritisch volgen. Dualisme, weet je wel? Ook heel erg D66-achtig trouwens, welbeschouwd.
Ik wens je fijne Kerstdagen toe en maak er wat van in 2011!
Hartelijke groet,
Heerd Jan



word lid








